U bent hier

21 april 2014

Even voor half zeven stap ik op de fiets. Het is heerlijk zacht, weinig wind en het zonnetje komt zo op. Prachtig weer voor de laatste kilometerhoktelling van de eerste telronde in blok 38-38. Alle vogels zingen uit volle borst. Langs de N320 zit een appelvink te 'pitten' in een rommelbosje. Dat is een leuke binnenkomer. De grens van het atlasblok ligt bij de Zandput Rietveldse weg. Eenmaal de snelweg A2 over barst het van de fitissen en mag ik de eerste blauwborst en sprinkhaanzanger van de ochtend aantekenen. Op de net ingezaaide maispercelen zijn volop kieviten aan het baltsen. Met een beetje pech zijn zij recent hun eerste legsels kwijtgeraakt door de werkzaamheden. In het volgende uur vult het formulier zich gestaag met de soorten. De teller zal op 40 blijven steken, waaronder sperwer en mijn eerste tuinfluiter van het jaar. Een man bruine kiekendief hangt rond bij een rietveldje. Dat is interessant om de komende weken te blijven volgen. Opvallend veel kramsvogels (groepen van 60+ zijn eerder regel dan uitzondering), graspiepers en diverse roepende boompiepers trekken naar het noordoosten. Die doen niet mee voor de atlas (immers geen broedvogels), maar is het wel genieten. Aan de Acquose meer zitten twee beflijsters in de populieren. Tsjekkend vervolgen ze hun trek naar noordelijker streken. Na de kilometerhoktelling ook nog wat 'witte' hokken bezocht. IJsvogel met een visje in de snavel, een paar bruine kieken boven een rietveldje en twee zingende gekraagde roodstaarten vormden de highlights. Veel ganzen, maar opvallend weinig paren met jongen.

De eerste telronde van atlasblok 38-38 is gereed! (Jouke Altenburg)