U bent hier

Uit het veld geklapt–2020#1 - Broedvogelinventarisatie Lekdijk na 17 jaar hervat

een blog over vogeltellingen en vogelonderzoek in de West-Betuwe
door Jouke Altenburg

Binnen de ‘vogelwereld’ zijn er voor mij twee takken van sport, die je als waarnemer écht scherp houden: trektellen en het karteren van broedvogels. Bij trekvogels zit de uitdaging in het vaststellen van een zekere waarneming in het luttele tijdsbestek waarin een (zeldzame) vogel langs vliegt, of het snel schatten van grote groepen. Bij broedvogeltellingen moet je in de kakofonie van de ochtendzang niet alleen de juiste soorten herkennen maar ook individuen opsporen om ze zo nauwkeurig mogelijk in te tekenen. Want op basis van die stippen wordt aan het eind van het broedseizoen op gestandaardiseerde wijze het aantal territoria van elke soort in een gebied bepaald.

Zaterdagochtend, vier april 2020 
Het vriest net niet wanneer ik om kwart over zes de deur uit stap. Ik ga vandaag de Goilberdingerdijk tellen van de spoorlijn tot aan Fort Everdingen. Hier liggen drie onderdelen van een grote plot over de Lekdijk tussen Zoelmond en Fort Everdingen. Deze plot is integraal geteld in de jaren 1996 en 2003. Daarna kregen we er de handen niet meer voor op elkaar. Mijn huis ligt in het onderzoeksgebied, dus er gaat geen tijd verloren aan transport. De route is makkelijk, gewoon de dijk aflopen en alle vogels die territoriaal gedrag vertonen in de zone 100 meter links en rechts van de dijk intekenen. Daarbuiten mag ook, maar ze tellen niet mee in het eindresultaat.

Eerste Afrikagangers en laatste wintergasten
Veertien dagen geleden heb ik de eerste telronde gelopen. De eerste blauwborsten, wat een schoonheden toch, waren toen net aangekomen, maar waarschijnlijk nog niet allemaal. Omdat blauwborsten slechts kort in de ochtendschemering zingen loop ik eerst het traject van de oostelijke Baarsemwaard. In rietkragen met ruigte voelt deze rietbewoner zich thuis. En ja hoor, binnen enkele minuten dient de eerste zich in de schemering aan. Hun zang komt op gang als een steeds sneller aanlopend fietswiel: tsjie-diep, tsjie-diep, tsjie-diep et cetera. Even later hoor ik de tweede, die wordt onderbroken door het ratelende ‘krrk’ van een mannetje zomertaling. Dat is pas een cadeautje! Een schoonheid van een eend, ook net terug uit Afrika. Ondertussen klinken ook de fluitende roepjes van wintertalingen door de ochtendlucht. Ik noteer ze wel, maar dat zijn vast geen blijvertjes. Die vertrekken binnenkort naar noordelijker streken. Op diverse plaatsen zingt de Cetti’s zanger, die jaarrond aanwezige nieuwkomer van Zuid-Europese origine. Daarvan kijken vogelaars inmiddels niet meer op. Dat was acht jaar geleden wel anders. 

Mooie aantallen groenling en kneu
Het tweede tracé start bij het monument van de vogel op de schop. Enkele grutto’s hebben in de lagune van de Baarsemwaard geslapen. Die tellen alleen niet mee, ze vertonen geen territoriaal gedrag en dit is geen geschikt broedgebied voor hen. Maar ze staan er prachtig bij in het ochtendlicht. Vanuit de braamstruwelen in de uiterwaarden klinkt op diverse plaatsen gezang van kneutjes. Ze zijn al prachtig op kleur. Ik teken ze in, hoewel ze net buiten de 100 meter-begrenzing vallen. Op Werk aan het Spoel is het een gekwinkeleer van jewelste. Vooral het flinke aantal zingende groenlingen valt me hier op. Ik hoor een smakkende roep boven mijn hoofd; even hoop ik op een beflijster. Deze lijsterachtige trekt doorgaans geconcentreerd in de eerste april-weken door, op weg naar hun broedgebieden in Scandinavië. Maar het is hun “neef”- de kramsvogel -, die me even op het verkeerde been had gezet.

Erfvogels alom
Het laatste deel van de telling voert langs de Armenboomgaard, de Breedsteeg en eindigt bij de gracht rond fort Everdingen. De strook van 100 meter in de Goilberdingerwaard is qua vogels bijna uitgestorven, op een paartje scholeksters en een baltsende graspieper na. Als een parachuutje komt de laatste naar beneden. Binnendijks hoor je erfvogels zingen als koolmees en witte kwikstaart, spreeuwen pieuwen uit volle borst en diverse vinken slaan hun slag. Ook bij Fort Everdingen valt het nodige te noteren. Intussen is het ruim 2,5 uur later; de telling kan worden afgesloten. Het sportende deel van Nederland is inmiddels ontwaakt. Thuisgekomen meldt de AVImap-APP dat er 228 waarnemingen van resp. 33, 29 en 30 soorten zijn vastgesteld.

Thuisblijvers missen ècht wat
Vogels tellen is voor mij een extra stimulans om lekker veel naar buiten te gaan. Als broedvogelteller pak je de mooiste momenten van de dag mee. Corona of niet: het is rond zonsopgang vaak nog heerlijk rustig. Naast de reguliere broedvogels is er altijd wel een of andere leuke bonus soort te zien. Door met regelmaat dezelfde tellingen gestandaardiseerd uit te voeren draag je bij aan landelijke en internationale soort trends. Maar broedvogels karteren vind ik vooral leuk omdat het je 'vogel'vaardigheden scherp houdt tijdens een heerlijk rustmoment voor jezelf.

Disclaimer
Deze blog ‘Uit het veld geklapt’ geeft een impressie van een lopende vogeltelserie. Gepresenteerde resultaten zijn voorlopig en niet gevalideerd.